Anti-vries

Vorige week was het weer zover! Het vroor. En dat is superleuk als we kunnen schaatsen en er een Elfstedentocht komt. Maar voordat het zover is, zijn er wel wat strubbelingen. Ik ben niet zo snel ergens tegen, maar ik ben wel anti-vries. Want dan doet hij het weer. Of eigenlijk doet’ie het niet: mijn autodeur…

Het begon allemaal met het feit dat hij niet meer open wilde. Dat was twee zomers geleden al zo. Het piepte en kraakte enorm als ik de deur open wilde doen, en ik moest ook heel hard duwen. Tot hij op een gegeven moment vast zat en helemaal niet meer open ging. Nu ben ik niet ernstig claustrofobisch, maar laat me er gewoon uit hè. Dus ik plantte 2 voeten tegen de deur (ik kon dat echt in deze benauwde situatie) en heb de deur open getrapt. Dat werkte: hij kraakte een keer heel hard en toen was het gedaan: zijn weerstand was geknakt. Letterlijk. Ik heb wél iets onherstelbaar vernield: hij heeft nu niet meer die knakjes die de deur open houden, het is gewoon een zwiepert geworden. Dus ik moet hem goed vasthouden als ik hem open doe, maar meestal valt hij vanzelf dicht. Dat laatste weet ik na een aantal x klem gezeten te hebben, dus ik houd hem meestal goed tegen tot ook mijn linkervoet binnenboord is.

Na de zomer en herfst (wind is ook tof als je deur niet vast zit dus mijn linkerarm is sindsdien al 3 cm langer geworden) begon de winter. En de doffe ellende. Na De Grote Knak gaat de deur, als het zo’n beetje onder het vriespunt is, niet meer dicht. Dicht als in ‘hij valt niet meer in het slot’. Ofwel ‘hij zwiept net zo hard weer open als dat hij dichtzwiept’. En dus sta ik ’s morgens vroeg te krabben, en daarna sla ik gemiddeld 8x met de deur tot hij eindelijk dicht is. Ik schaam me dood.

Maar dat was nog niet alles. Vorig jaar bereikte de ellende een hoogtepunt. Hij ging écht niet meer dicht zodra ik ingestapt was, zelfs niet na 8 pogingen. Dus ik stapte uit, deed de sleutel in de autodeur, gooide hem met geweld dicht en verraste die gekke deur door hem razendsnel op slot te draaien en hem daarna met mijn kont een stootje na te geven. Daar had hij niet van terug. Dicht was dicht. En ik stapte doodleuk via de andere kant naar binnen. Ik heb me gewoon een beetje verkneukeld toen ik zat: mij krijg je niet klein. Sinds die dag klom ik ’s morgens via de passagierskant mijn auto in. ’s Middags was hij dusver ontdooid, dat alles weer gewoon werkte.

Nu is bovenstaande expeditie door mijn auto thuis voor de deur niet zo erg. Vertrouwde omgeving. Maar voor de Albert Heijn hier in het dorp was dat een ander verhaal. Ik moest wat boodschappen doen, ’s morgens vroeg. ‘Wie dan leeft, die dan zorgt,’ dacht ik, en ik toog de AH in voor mijn boodschappen. Weer terug moest ik een keuze maken. Aandacht trekken door heel vaak met de deur te klapperen, en daarná dan nog via de andere kant instappen terwijl iedereen kijkt, leek me niks. Ik zag geen andere oplossing dan weer aan de passagierskant in te stappen. De man naast me, die in zijn auto heel zoet op zijn shoppende vrouw zat te wachten, keek licht vreemd. Want ik liep op mijn hakjes vastberaden naar mijn auto, deed hem aan de verkeerde kant open, plantte de boodschappen in de auto stapte in, baande mij een weg langs de tas en worstelde me na een tussenstop op de versnellingspook en de handrem (joehoe, au!) naar de andere stoel. En daarna, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, heb ik de auto gestart en ben weggereden.

Nu denk jij natuurlijk: ‘Ga eens langs de garage.’ Dat deed ik. Maar elke keer als ik daar stond, deed die deur of hij gek was en ging gewoon dicht. Het is niet eerlijk. Ze vonden het verhaal van ‘aan de andere kant instappen’ overigens wel hilarisch.

Afgelopen week had ik een ander dingetje. Het was niet mijn dag. Ik was al bang dat het vroor, ik voel dat direct aan mijn haar, ook binnenshuis. De onderste laag plakt dan zo lekker statisch aan mijn gezicht, en met iedere borstelstreek staat de bovenste laag 90 graden wijd van mijn hoofd. Dat ís een gezicht, verschrikkelijk. Maar wat haarlak doet wonderen en ik tippelde een kwartiertje later op mijn laarsjes richting auto, gewapend met mijn kekke roze wijvenhandschoenkrabber om de strijd aan te gaan met de bloemetjes op mijn auto. En enthousiast dat ik dat doe hoor! Ik bedacht ook direct een goede manier om het overtollig ijs af te voeren: mijn laarsje is een beetje open aan de bovenkant en het schraapsel van de voorruit paste daar mooi in. Dat was koud, maar aangezien ik altijd volhoud dat je het warm krijgt van krabben, gaf dat niets.

Ik kon vertrekken, nadat ik de deur binnen het maximaal gestelde aantal pogingen dicht had. De eerste vijf minuten rijd ik dan bukkend, want mijn radiator warmt natuurlijk van onder naar boven. Na die tijd kan ik steeds rechterop gaan zitten tot ik alles zie. Maar wat een gezeik: ze hadden gestrooid op de dijk, en die meuk maakt je auto echt heel goor. Inclusief mijn voorruit. Maar daar hebben we de ruitensproeiers voor! Dat werkte eerst niet, want de gaatjes waren bevroren en het pisstraaltje wat eruit kwam, haalde de ruit niet eens. De aanhouder wint, en juist op het moment dat mijn ruit ondoorzichtig werd, had ik een volle straal. Maar ik schrok me rot: ik zag direct helemaal niets meer. De ruit was strak bevroren door de ruitensproeiervloeistof. Een beetje zout in je sproeiwater is toch wel een must hoor, als het vriest. Ik heb serieus uit moeten stappen om mijn voorruit nog een keer te krabben. Maar ook dat deed ik alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Dat ik in mezelf stond te schelden, zullen ze vast niet gezien hebben. En heej, daarna kon ik gewoon doorrijden!

Wanneer is het ook al weer zomer?

♥ Jells

P.s. Meer ijspret? Volg mij op www.facebook.nl/myjells.