Ontspoord

Afgelopen weekend ging ik voor het eerst het trein-avontuur richting Leeuwarden aan. De heenweg was rustig. Behalve twee levende blikjes bier in de trein en een meisje wat op hoge toon het carnavalsschema minuut voor minuut uiteen zette, waren er verder rustige mensen. Ik keek een filmpje, las wat én bedacht wat ik in de open mond van mijn slapende overbuurman kon gooien. De terugweg daarentegen was iedereen klaarwakker. Omdat ik eigenlijk helemaal niet naar huis wilde (want Fryslân was té leuk), was ik wel blij met de afleiding in de trein. Wát een gezelligheid.

Het begon al voordat de trein überhaupt reed. Dat kwam door die vriendelijke man uit Raalte, met bijpassend Overijssels accent. Hij begon met de mededeling dat hij niet in de stilte-coupé wilde gaan zitten, want hij hield wel van een praatje. En dat hebben we geweten, want tussen Leeuwarden en Zwolle zijn de meest uiteenlopende onderwerpen de revue gepasseerd. Naast ons in de vierzits kwam een gepensioneerd stel zitten, die een dagje Leeuwarden gedaan hadden en naar Rockanje reisden. Die gingen dus met mij mee tot Rotterdam, en dat voelde direct vertrouwd.

De twee mannen raakten al snel aan de praat, volume standje ‘heel de coupé luistert mee’. Maar zó leuk! Over politieke leiders, autorijden en stilstaan op een kruising als je het even niet weet, foto’s maken vanuit een vliegtuig en het vele gebruik van apparatuur in de trein. Mevrouw vond dat laatste maar stom: ‘Kijk ze dan zitten allemaal, met die touwtjes uit hun oren.’ Af en toe werd mijn mening gevraagd, maar luisteren was ook heel leuk.

Maar toen. Ineens schoot het door mij heen: ‘WAAR is mijn OV-chipkaart gebleven?’ Dat is stom hè, dat je daar dan ineens aan denkt. Die pas had ik in mijn hand toen ik de trein in kwam, maar ik kon me niet heugen hem daarna nog gezien te hebben. En dus begon ik, eerst in onopvallende paniek, mijn jaszakken te doorzoeken. Daarna roste ik, inmiddels een stuk minder opvallend paniekerig, door mijn tas. En weer mijn jas. En weer mijn tas. En wel op zo’n manier dat mijn overbuurman al snel vroeg: ‘Ben jij iets kwijt doan?’ Zo vragen ze dat in Overijssel. Dus ik bekende maar dat ik mijn pas kwijt was én ik best wel een beetje paniek had. Ik voelde me blond. Ik hing inmiddels met mijn hoofd tussen mijn benen om de vloer af te speuren, mijn achterbuuf deed gezellig mee. Ik voelde tussen de spleetjes van de stoel, maar meer dan wat broodkruimels onder mijn nagels hield ik er niet aan over. Pasje weg, shit.

Mijn nieuwbakken treinvrinden bulderden inmiddels een reeks grappen door de coupé. Gebroederlijk verzonnen ze heel lief allerlei complotten over het verdoezelen van de aanwezigheid van mijn persoontje, terwijl ik me dan ophield onder het bankje of op de wc. Intussen peurde ik mijn vinger door het gat in de voering van mijn jaszak, op zoek naar mijn pas, hoewel ik ook wel wist dat pasjes niet door een gat van anderhalve centimeter passen. Maar rationeel denken is moeilijk op zo’n moment. Ik zag me al op het volgende perron staan met een dikke boete. En niet meer van het station af kunnen, zoals Tom Hanks in The Terminal. Daarnaast had ik hem ook in de parkeergarage nog nodig: die pas tegen de betaalautomaat aanvleien zou me namelijk 42 euro aan parkeerkosten schelen. Ik vond het een gedoe.

Toen, zomaar ineens, mijn paniek was al bijna omgeslagen in gelatenheid, schoot mevrouw Rockanje ‘wakker’. Ze zei: ‘Zeg, ik heb wat wijntjes op hoor, maar wat is je naam?’ En ik, vol in zoekmodus, noemde gewoon mijn naam, alsof het een doodnormale vraag was zo out of the blue. Daarna werd er flink in het handtasje gerommeld en zei ze tot mijn stomme verbazing: ‘Ik heb jouw pasje!’ Alsof ze hem even voor me bewaard had terwijl ik onder het bankje hing. Ik zei, iets harder dan ik zou willen: ‘WAHA, ECHT WAAR? IK KAN U WEL ZOENEN!’ Nadat ze ook mijn geboortedatum nog even geverifieerd had, werd inderdaad mijn pasje overhandigd, met de moederlijke boodschap dat ik voortaan wel beter op moest letten. Ze had hem gevonden, ergens in de trein op de grond. En stomtoevallig zat ze naast me. Het moest zo zijn, de treingoden waren me goed gezind. Ik wijd het maar aan de wijntjes dat ze ons eerst minstens 5 minuten heeft laten zoeken.

Na dit avontuur zaten we echt op één spoor, werden er gegevens uitgewisseld en beloofde ik dit verhaal online te zetten. 10 minuten later kwam de conducteur, en we hebben er even over gedacht het bovenstaande stuk nog een keer na te spelen. Maar dat hebben we maar niet gedaan. Én… het kwam over de band Normaal. Ik heb een scoop: Bennie Jolink gaat na wat onderhandelen niet binnen tien, maar binnen één jaar deaud, de arme man ziet er zó slecht uit. Maar niet getreurd: vanuit Raalte is er al een opvolger opgestaan. Namelijk Bökkers band, waarvan meneer Raalte de jongens én hun ouders kende en die zo beroemd zijn dat ze de gróte zaal van Paradiso binnenkort betreden. Ik heb dat even gecheckt uiteraard, en ja hoor, luid en duidelijk stond het er: Amsterdam maak oew de pens moar nat: 29 december 2017 spelen we de grote zaal van Paradiso aan gort. Dus dat. Ik was blij met Bökkers, ik was blij met alles op dat moment!

Vlak voor Zwolle werd mevrouw nieuwsgierig. ‘Zeg, horen jullie bij elkaar?’ Over mij en mijn overbuurman. Ik schrok ervan! ‘Neeeeuuuh, ik heb deze meneer nog nooit gezien,’ zei ik. Die beste man was 25 jaar ouder dan ik, zo ongeveer. Weer de wijn. Mevrouw wilde ons wel koppelen en ze begonnen er een gesprek over. Meneer zag het wel zitten, die beaamde met accent dat het bést had gekund, hoewel hij wel dacht dat hij wat te oud was. Ik dacht sowieso dat de kans micromaal zou zijn, en heb maar even snel de coupé ingeroepen dat ik een vriend heb. Dat vond mevrouw gemeend jammer. Ik niet.

In Zwolle moest de heer uit Raalte overstappen had hij verteld. Eenmaal in Zwolle bleef hij echter lekker zitten praten. Ik wilde niet bijdehand overkomen, dus vroeg voorzichtig: ‘Ehm… waar moest u er ook al weer uit?’ ‘In Zwolle,’ zei hij uberschattig. Toen heb ik maar even gezegd dat we al 3 minuten in Zwolle stilstonden en dat hij rap de trein uit moest. Dat deed hij. Doei! Het stel vond twee minuten later ook dat ze de trein aan de andere zijde van het perron beter konden nemen, en ze haastten zich ineens de trein uit. Toen was het saai. Echter voordat ze op het perron stonden, reed de andere trein voor hun neus weg. En dus stommelden ze maar weer terug naar hun vertrouwde plekje naast mij.

Mevrouw vond het heel jammer dat het Raaltes praatmaatje weg was, en begon tegen de jongeheer een stoeltje verder. Die bleek, hou je vast, treinenspotter te zijn. Ik wist niet dat dat bestond. Hij maakte, samen met ‘zijn maten’, foto’s van voorbijrazende treinen. Ik vond het een bijzondere hobby. Daarnaast reed hij ook per ongeluk konijnen dood en at die vervolgens op. Zijn oom deed dat met herten.

Oh ja, er was ook nog een zingende jongeman. Iets met: ‘Een hele goedenavond, alle mensen hier. Ik heb veel leuke dingen, koffie, frisdrank en ook bier.’ Op de wijs van ‘zelf verzonnen’. Ja, je maakt wat mee zo op reis en het mooiste was: ik had geen touwtjes uit mijn oren nodig.

♥ Jell

P.s. Ben je het spoor totaal bijster? Ik weet nu hoe het werkt dus like dan even www.facebook.com/geJelldig!