What’s in a name?!

Vanmorgen werd ik op de markt aangesproken op het feit dat ik te weinig schrijf. Ik vind dat zelf ook wel, maar het is soms wat druk. Maar goed nieuws: hier ben ik weer! Ik vind het wel superleuk dat mensen om verhalen vragen, dat is een goed teken zeg ik. Daarnaast hoor ik ook regelmatig dat er mensen báng zijn voor me. Dat gaat dan halverwege een verhaal ineens zo: ‘Oh, nu houd ik mijn mond, want anders ga je een blog over me schrijven’. Of er worden mensen op die manier gewaarschuwd: ‘Doe nou maar normaal, want anders schrijft ze over je.’ Haha, en dát kan zomaar gebeuren… Als je me opvalt, ben je gewoon de sjaak.

Afgelopen week ging ik shoppen aan de andere kant van ons dorp. En daar ontstond het idee om eens wat te schrijven over bijnamen, al dan niet algemeen bekend. Sommige mensen herken je gewoon aan hoe ze er uit zien of wat ze doen, kopen of verkopen. Wanneer je in ons dorp ergens door opvalt, krijg je gewoon een bijnaam. Je moet het dan wel echt een beetje bont gemaakt hebben hoor. Ik denk dat je dan een échte Lekkerlander bent, als je een bijnaam hebt. Dan hoor je er bij. Ik heb er geen, dan zou ik hem wel weten. Ik ben eigenlijk ook half import: mijn ouders komen niet van Lekkerland. En ik val natuurlijk totaal niet op. Happy me! Meestal is het niet de meest aantrekkelijke naam. Ik bedenk me ineens dat ik in mijn vriendenclubje wél een bijnaam heb. Akela. Omdat ik gewoon een regelnicht ben. Akela is de leider van de welpen bij de padvinders. Gelukkig zijn er maar een paar mensen die me zo noemen, want het klinkt groot, streng, groen en dik, zoals de akela in de Donald Duck. Maar érgens ben ik er dan ook wel weer trots op.

Toen ik nog bij de bakker werkte, werkten bijnamen en omschrijvingen perfect. ‘Zeg, is die man van 6 tijgerwit al geweest?’ En we hadden een lekker ding, die we ‘amandelbroodje’ noemden. Toch een fantastische troetelnaam. Amandelbroodje zelf weet natuurlijk nog steeds nergens van. Ik vind hem ook lang zo leuk niet meer dan toen hij nog een amandelbroodje was. We hebben ooit een man met een enórme toeterbuik in de winkel gehad. Mijn collega kwam naar achteren gelopen en siste: ‘In de winkel staat de eerste zwangere man van deze wereld.’ Uiteraard moest ik met een uitgestreken gezicht de zwangere man helpen. De arme man heeft minstens 5 olifantendrachten lang zijn baby gedragen, hij blééf zwanger. Zo gaat dat dus achter de schermen. Maar… wij wisten precies over wie het ging, namen heb je helemaal niet nodig.

Uit mijn kindertijd herinner ik Rinus S nog. Rinus heette géén S omdat hij crimineel was en hij daarom incognito door het dorp moest. Incognito zijn kan bij ons sowieso niet. Rinus heette S omdat hij vaak vrij dronken op de fiets stapte en dan al sissend zijn weg naar huis vond… via vier struiken en drie stoepranden. Ik had altijd een beetje medelijden met Rinus S.

De winkeliers van wijk Dorp hebben de meeste pech. Ik ken er namelijk drie met een bijnaam. Als eerste heb je daar Jantje Siep, die alles weet van huishoudelijke artikelen, speelgoed en meuk voor in huis. Jantje heet Jantje omdat Jantje niet zo groot is. Hij dacht hier onderuit te komen door zijn zoon óók Jan te noemen, en zo een nieuwe Jantje te maken, maar dit is mislukt. Jan senior werd er niet groter van namelijk en Jantje Siep bleef gewoon Jantje Siep in de volksmond.

We hebben ook een real love story van twee mensen die, toch wel mede door hun bijnaam, elkaar gevonden hebben. Let op!

Er was eens… een kaasboer die Jan Kees heette. Jan Kees runde naar hartenlust zijn kaaswinkel, en kreeg van de mensen in het dorp daarom de bijnaam Jan Kees Kaas. Jan Kees Kaas wist zijn goede naam naar een nóg hoger niveau te brengen, want hij had zelfs een algemeen bekende uitspraak, namelijk ‘Mag het een onsje méér zijn?’ Deze uitspraak gebruikte hij te pas en te onpas, voornamelijk wanneer hij per ongeluk een lapje kaas teveel afgesneden had. Niemand had ooit ‘nee’ gezegd en dus verkocht hij per 10 klanten een kilo meer kaas. Goede zaken waren het voor Jan Kees! Aangezien Jan Kees Kaas niet zo heel groot was (winkeliers worden hier geselecteerd op lengte, red.), klom hij op een krukje en loerde jarenlang schuin naar de overkant. Want wie stond daar achter de toonbank van de schoenenwinkel: Anneke Schoen! Anneke was als enige ondernemer in het dorp wél lang. Ik denk bijna 2 meter, maar het kan ook een onsje minder zijn. Na een tijdje gelonkt te hebben, trok Jan Kees Kaas eindelijk zijn klompen uit en zijn stoute schoenen aan. Na wat gesprekken over tenenkaas, krentenslof en nagelkaas is Anneke Schoen als een blok kaas voor hem gevallen. Jan Kees Kaas en Anneke Schoen zijn sindsdien een heus stel, ze zijn inmiddels al jaren getrouwd en hebben een aantal babyslofjes moeten breien. En ze leefden nog lang en gelukkig.

Hoe leuk! Echt: bijnamen zijn zó makkelijk! En ik meen het serieus, ik weet niet eens hoe ze écht heten. Na dit typsel ga ik maar eens her en der informeren hoe Jan Kees Kaas en Anneke Schoen écht van achteren heten. Zodat ik ze de volgende keer gewoon bij naam kan noemen.

♥ Jells

Meer volgen van Jells aka Akela? Like dan mijn Facebookpagina en mis niets!